Oorsprong

De oorsprong van een product heeft betrekking op het land waar het vervaardigd is. Het is met andere woorden de nationaliteit van het product. Dit begrip is essentieel voor de douanetechnische behandeling van goederen, die in de Europese Unie ingevoerd of vervaardigd worden of voor goederen die naar derde landen worden uitgevoerd. We maken het onderscheid tussen niet-preferentiële en preferentiële oorsprong. In België is het de Federale Overheidsdienst Economie die bevoegd is voor oorsprong.

Niet-preferentiële oorsprong (bron: FOD Economie)

De niet-preferentiële oorsprong is onder meer van belang voor:

  1. de toepassing van eventuele quota;
  2. de toepassing van antidumpingrechten;
  3. wanneer er een oorsprongsaanduiding (PDF, 458.37 Kb) werd aangebracht op het product of op de verpakking ervan (bijv.. “made in Belgium”);
  4. wanneer er politieke maatregelen worden genomen zoals boycots of embargo’s

 

Het oorsprongscertificaat is een officieel administratief document dat het land van oorsprong van het product weergeeft. Bij de invoer moet dit document soms worden voorgelegd aan de douaneautoriteiten van bepaalde derde landen. In het kader van een documentair krediet is het nodig om de betaling van de zending te kunnen bekomen.
De oorsprongscertificaten worden in België afgegeven door instanties die door de minister van Economie gemachtigd zijn, met name de Kamers van Koophandel en Antwerp World Diamond Centre voor diamanten.

Het bepalen van het land van oorsprong is vrij eenvoudig, wanneer het product geheel en al verkregen wordt in één land. Hieronder vallen bijvoorbeeld land- en tuinbouwproducten.

Wanneer grondstoffen en/of onderdelen voor de vervaardiging van producten van oorsprong zijn uit twee of meer landen, kan dit problemen opleveren voor het bepalen van het land van oorsprong.

Dankzij de oorsprongsregels, of het geheel van methodes gebaseerd op de samenstelling van de producten en/of de productiewijze, kan men de oorsprong van de goederen ook in dit geval bepalen.

Preferentiële oorsprong (bron: FOD Economie)

De Europese Unie heeft met verschillende landen handelsovereenkomsten afgesloten, waarin gunstige invoerrechten voorzien zijn. Zo kan een Belgische exporteur ervoor zorgen dat zijn klant buiten de EU in aanmerking komt voor een vermindering of vrijstelling van invoerrechten. De exporteur moet onder meer het bewijs leveren dat de goederen die hij uitvoert, onder de regeling van de preferentiële oorsprong vallen. Dit bewijs is het certificaat EUR.1, EUR-MED, of een verklaring op factuur die met de uitgevoerde goederen meegezonden wordt. De certificaten EUR.1 en EUR-MED worden afgegeven door de Administratie der douane en accijnzen.

Zowel de preferentiële invoerrechten per land van oorsprong (bij invoer in de EU) als de invoerrechten in de exportlanden kunt u terugvinden in de Market Access Database van de Europese Commissie.

Wanneer een economische operator goederen invoert uit ontwikkelingslanden kan hij eveneens genieten van het Algemeen Preferentiesysteem (APS). In het kader van het APS kent de EU unilateraal tariefpreferenties toe aan bepaalde goederen van een begunstigde landen. Het bewijs van oorsprong is het certificaat FORM A.

Gezamenlijke Brexitverklaring 7 Europese kamers van koophandel
Partnerschap tussen Digichambers & essDOCS
(EN) FPS Economy : Supporting SMEs against corruption
(EN) Iran showcase